How Nynke Tromp will enrich the Design profession

Gijs Ockeloen interviewt KVD's nieuwe ontwerper Nynke Tromp:

Wat staat er op je Business Card?

ir. Nynke Tromp: Social Designer.

Social Designer...is dat een ondersoort, een afsplitsing of een evolutionaire ontwikkeling van de oer-Industrial Designer?

Een verzamelnaam voor alle ontwerpers die geïnteresseerd zijn in wat er gebeurt als ze ontwerpmethoden en -technieken toepassen op het sociaal maatschappelijke domein.

 Is dat een nieuw fenomeen?

Fenomeen? Je kunt gerust spreken van een hype. Ik had het al over een 'verzamelnaam'. Dat geeft al aan dat er heel wat onder gerekend kan worden, ook praktijken die al langer voorkomen. Ik kom ze op congressen en seminars allemaal tegen: de co-creator die de achterstandswijk intrekt om samen met vrouwen manden te vlechten, de derde wereld ontwerper die een waterpomp voor de Sahel ontwikkelt, de user - empowerer , de or- en prothese ontwerpers ... Vaak zijn ze sterk bottom-up georiënteerd en daar laat men zich dan ook op voorstaan: hun werkt levert direct blije gezichten en succes. Ik doe daar niets aan af en er wordt veel goed werk gedaan maar ik ziet het eerder als een extensie van Sociaal Werk dan als Social Design. In elk geval doe ik iets anders.

De Social Designer Nynke Tromp doet namelijk...

ik onderzoek hoe ontwerpen gedrag beïnvloeden. en daarmee implicaties hebben op de maatschappij. Die implicaties wil ik 'mee'-ontwerpen. Dus ik pas ontwerp tools toe op sociaal-maatschappelijke domeinen,  maar ik probeer zowel de individuele belangen te raken als de maatschappelijke consequenties op langere termijn te voorspellen en te sturen. Deze lange termijn vind ik afwezig bij veel wat als 'social design' bestempeld wordt.

Als ik bijvoorbeeld zou moeten werken aan de kwaliteit van een wijk, dan ga ik op zoek naar belang van de wijk als geheel, niet alleen van de meneer die zich opgeworpen heeft om de wijk te verbeteren maar die misschien over drie of vier jaar weer is verhuisd...

Maar die meneer die zich opgeworpen heeft ontwerpt toch niet half Nederland?

Niet half Nederland maar de huidige situatie is dat vrijwilligers zélf subsidie mogen aanvragen om bijvoorbeeld een bestaand buurthuis te verbeteren. Daar zijn geen kinderachtige bedragen mee gemoeid. In het gunstigste geval zijn het dan bevlogen en goedwillende amateurs. Het lijkt mij duidelijk dat wij over een aantal jaar met verbazing op deze praktijk terugkijken maar voor nu is dit de manier waarop, in elk geval dit kabinet, het terugbezuinigde geld gaat besteden. Dat betekent dat 'de lange termijn' aan de dijk gezet is.

Er zit toch een hoop geaccumuleerde kennis en ervaring in die man die dat buurthuis runt?

Ik zeg ook niet dat je als ontwerper deze kennis en ervaring niet moet aanboren: je moet ook de belangen en wensen van de mensen die er vandaag mee te maken hebben boven water krijgen, maar je moet de balans zoeken met de belangen van de hele wijk, nu en op de lange termijn.

Interventies hebben zowel individuele als collectieve effecten en zowel op korte als op langere termijn. Waar ik me tegen verzet, en wat ik als simplificaties zie is het eenzijdig richten op een van deze vier 'kwadranten': Een door de buurt ontworpen speeltuin zit in het korte termijn, individueel kwadrant en is net zo'n misvatting als 'Bijlmermeer' projecten waar alle aandacht naar het collectief ging en individuele belangen ontkend werden. Het vinden van het 'balanspunt', is professioneel werk. Ik vind het in die zin naïef als je gemeenschapszin denkt te bewerkstelligen middels een lokale proeftuin waar mensen zelf allerhande groente verbouwen en daardoor ook sterker op elkaar zouden gaan leunen.

Jij houdt je bezig met de lange termijn effecten van producten. De maakbaarheid van die lange termijn is beperkt. Zelfs Norbert Roozenburg spreekt daar zijn teleurstelling over uit. Hoe voelt dat?

Dat vind ik helemaal geen overweging om er wel of niet iets aan proberen te doen. Als blijkt dat producten zoveel invloed hebben moeten we daar iets mee. Je kunt niet zeggen: omdat het zo moeilijk is laten we het liggen. Voor mij is dat een deel van mijn verantwoordelijkheid als ontwerper. Bovendien denk ik dat je met producten vaak effectiever gedrag kunt beïnvloeden dan met 'reguliere interventies' van de overheid. En als je daarin gelooft moet je het doen!

Hoe gaat de Social Designer Nynke Tromp te werk?

In mijn ontwerpen redeneer ik vanuit een gewenste implicatie, dat wil zeggen een gewenst effect voor de lange termijn, voor het collectief. Het collectief kan een wijk zijn, maar ook een organisatie of een samenleving als geheel. Dat betekent dat ik eerst op collectief niveau moet begrijpen wat het onderwerp, bijvoorbeeld ‘integratie’, eigenlijk inhoudt, wat daar een rol speelt. Deze kennis moet je je eigen maken. Vervolgens neem ik een standpunt in: hoe ik daar een effect in wil teweegbrengen met een ontwerp. Dan zal teruggeredeneerd moeten worden naar een product. Daarbij richt ik me op gedragsverandering, want pas met gedragsverandering realiseer je werkelijk iets op maatschappelijk niveau. Attitudes en overtuigingen kunnen bijdragen, maar veranderen niets als gedrag gelijk blijft. In het vertalen van dat gewenste effect op sociaal maatschappelijk naar gedrag duik ik vaak in de sociologie.

In het begrijpen hoe jouw product dit gedrag werkelijk kan beïnvloeden leun ik op sociale psychologie. Wat voor psychologische principes kun je raken met je ontwerpen? De reden dat dit interessant is, is dat je met producten een veel breder keuzepalet hebt aan mogelijke manieren van ingrijpen dan met bordjes.

Nog belangrijker is dat je met een product de mogelijkheid hebt om heel sterk een individueel belang aan te spreken. Het bestaansrecht van het product stoelt dus zowel op collectieve, lange termijn belangen, als op individuele, korte termijn belangen. Producten zijn daarom bij uitstek een geschikt middel om collectieve belangen met individuele belangen te verenigen. Probeer dat maar eens door een bordje op te hangen of met een campagne. Daarmee proberen overheden het collectieve belang bij het individu te adresseren, maar de mens wordt nu eenmaal makkelijker geleid door individuele belangen op korte termijn dan door collectieve belangen op langere termijn. Een ander probleem is dat die bordjes en campagnes geacht worden te functioneren in een omgeving die helemaal ingericht is op bevrediging van individuele korte termijn behoeften.

Schets die inrichting eens?

Een SIRE poster tegen obesitas naast reclame posters voor repen voor de lekkere trek, magnums met vetequivalent van een pakje boter, en in de rekken op ooghoogte voornamelijk ongezonde processed food. Zo ziet de kantine van jouw dochtertje eruit! Maar ook in de infrastructuur zit het ingebakken: bijvoorbeeld een McDonalds die is zichtbaar vanaf elke snelweg, of de roltrappen waar je direct tegen aan loopt, terwijl de gewone trappen verstopt zitten of helemaal niet aangelegd worden...

Zitten er oplossingen in de relatie tussen de consument en zijn voedsel?

Jazeker, maar die zijn wel elitair: het Vlaamsch Broodhuys mag dan wel een prijs winnen omdat het eerlijk en authentiek brood is, maar het is ook nogal hoog geprijsd waardoor de mensen waar het bij obesitas om gaat, met hun dubbele baan, wonend in een achterstandswijk, er niet mee in aanraking zullen komen. Ik ga meer op zoek naar de sociale componenten van obsesitas, wat is de rol van onze schoonheidsidealen, waarom eten mensen zoveel, wat is er aan de hand met onze controle mechanismen, wat is de rol van stress, ontevredenheid, verveling...

Wat een ellende allemaal. Ik stel me zo voor dat je als 'gewoon' industrial designer vol optimisme aan de opleiding begon. Op welk moment werd je door de bliksem getroffen en veranderde je in een Social Designer?

Nou ik was al geëvolueerd in 'Interaction Designer', dus ik had al een zekere focus op gedrag. Maar de bliksem was in mijn geval het integratiedebat. Ik vond de 'Verdonk' visie daarop een versimpeling waar ik iets tegenover wilde stellen dat ook op oplossingen gericht was. Dus ik dacht met de opleiding te moeten stoppen omdat ik voor een Interaction Designer geen aanknopingspunten zag. Dat besprak ik met prof. Paul Hekkert en die zei onmiddellijk zoiets van 'dan is dat dus het onderwerp van je MA project!'.

Dus je hebt in feite single handedly een nieuwe vakgroep opgericht?

Nou, minimaal samen met Paul Hekkert dan! Het is wel zo dat de mate van huiver binnen de TU gemeenschap een indicatie vormt dat Social Design nieuw is: de ontvangst lijkt wel erg sterk hoe het in het verleden gegaan is met Interface Design, Interaction Design en Service Design...als iemand daarop wilde afstuderen werd je in den beginne altijd geacht ook een kastje te maken en daarvan de materialen te specificeren...

Echter: Social Design is here to stay en om dat te bestendigen ben je na je afstuderen een promotietraject ingeslagen. Hoe ver ben je?

Op een haar na gevild! De planning is dat mijn dissertatie vóór het eind van het jaar klaar is zodat ik in de lente van 2013 mijn verdediging ter hand kan nemen.

Dus het ligt vóór de feestdagen in de boekhandel? Heeft dat een commerciële bedoeling?

Het ultieme sinterklaas cadeau is overdreven maar ik streef er wel naar om een boek te schrijven dat niet alleen door de promotor en zijn commissie gelezen wordt. Ik vind namelijk wel dat ik wat te vertellen heb!

news

© Reframing Studio