Sander Voerman, Filosoof: Wil ik eigenlijk wel wat ik dacht te willen?

Als onderzoeker, publicist en spreker, behandelt Sander Voerman filosofische concepten als de vrije wil, verantwoordelijkheid, zelfverwerkelijking en bewustzijn. Maar een schrijftafel wijsgeer is Sander niet. Zijn betrokkenheid bij Redesigning Psychiatry zet hem op zijn favoriete plek: daar waar ethiek, gezondheid en technologie samenkomen. Gijs Ockeloen vraagt hem: Een filosoof laten samenwerken met een stel ingenieurs, wat valt daarvan te verwachten?

 

SV Nou, een stel ingenieurs, niet zomaar ingenieurs, meer een soort sociaal ingenieurs. Toen ik daar voor het eerst mee in aanraking kwam dacht ik hé, gaan ingenieurs nu ook filosofie bedrijven? Niet in de zin van academische filosofie, maar een manier van ontwerpen waarbij je niet zozeer artefacten aan het ontwikkelen bent, maar een nieuwe sociale situatie waarin artefacten een rol kunnen spelen. Filosofen die zich met de rol van artefacten en technologie bezig houden, zoals mijn collega Wybo Houkes in Eindhoven bijvoorbeeld, die vinden ook dat we op die manier naar ontwerpen moeten gaan kijken. Vanuit een filosofisch perspectief: wat wil je nou eigenkijk met elkaar? Welke sociale interacties vinden we zinvol? En hoe hebben artefacten en technologie daar invloed op? Op die manier wordt ontwerpen een filosofische bezigheid.

 

GO Niet ‘zo maar ingenieurs’… ben jij ook niet ‘zo maar een filosoof?’

SV In de filosofie heb je sterk verschillende specialisaties, er is vaak een verband met een ander vakgebied: filosofie van de economie, filosofie van de techniek, filosofie van de psychologie …in mijn geval heb ik me verdiept in de filosofie van de psychiatrie en van de techniek. 

 

GO Hoe ben je bij de psychiatrie betrokken geraakt?

SV Ik schreef een scriptie over de ‘Vrije Wil’ en ‘Vrijheid’ en wat het betekent om zelf iets te willen. Daar had ik een theorie over bedacht: je weet niet wat je wil door te bedenken ‘wat zal ik eens kiezen’ om vervolgens een van de opties te uit te voeren. Ik stel dat je veeleer eerst en hypothese opstelt over ‘wat je denkt dat je wil’. Vervolgens ga je daar dan wat mee doen, je neemt de eerste stappen. Daarbij ervaar je je eigen emoties en gevoelens bij de gevolgen van jouw keuze. Dat kunnen emoties zijn die je had verwacht, maar het kunnen ook gevoelens zijn waardoor je wordt verrast. Op die manier kom je erachter of jouw ideeën over wat je wil, ook kloppen. Wil ik eigenlijk wel wat ik dacht te willen? Het gaat dus om het idee dat je dat alles niet zomaar gaat zitten bedenken, maar dat je een soort onderzoek doet. Door naar je eigen responsen te kijken leer je ‘wat wil ik’. 

Dat proces noem ik “wilsinterpretatie”. Dat heb ik in mijn proefschrift uitgewerkt. Maar wel met het idee dat je dat intuïtief doet. Tonnie Staring, een psycholoog en goede vriend van me, wees me erop dat dit erg veel weg had van wat in cognitieve gedragstherapie op expliciete manier gedaan wordt. Mensen hebben een bepaalde overtuiging over zichzelf, die niet klopt, gedurende een week wordt van alles bijgehouden, er gebeurde dit, wat voelde ik daarbij enzovoort en dan wordt daar in een gesprek samen met de therapeut naar gekeken en naar patronen gezocht. 

Tonnie en ik kwamen toen op het idee dat waar mijn theorie zegt dat ‘gezonde’ mensen intuïtief hun eigen responsen interpreteren, mensen binnen de GGZ dat expliciet samen met een behandelaar doen. Misschien is het kenmerk van veel psychische problemen dan wel, dat het iemand intuïtief niet lukt om dat traject te doorlopen. Tonnie vertelde me op een gegeven moment dat hij tegen een cliënt had gezegd: “mevrouw, we gaan uw wil interpreteren.” Wat begonnen was als theoretische reflectie op het alledaagse leven, werd zo een invalshoek voor de klinische praktijk.

We zijn gaan zoeken naar andere therapeutische interventies die hier bij aan zouden kunnen sluiten. Ik vind zelf motiverende gespreksvoering erg interessant: een therapie die bedoeld is voor mensen die niet gemotiveerd zijn om bijvoorbeeld van een alcoholverslaving af te komen omdat ze helemaal niet vinden dat ze verslaafd zijn. Het heeft geen zin daar tegenin te gaan, maar je kunt met bepaalde gesprekstechnieken, waarmee nieuwe onverwachte reacties in de patiënt zelf losgemaakt worden, een bewustwording op gang brengen dat er wellicht toch een probleem is. Daar zagen we dus opnieuw dat die opvattingen over jezelf op de pijnbank moeten…het idee dat je nieuwe ervaringen moet opzoeken die je eigen opvattingen over wat je wil, zouden kunnen weerleggen. Mensen vergissen zich over wat ze willen, maar zijn zo aan dat beeld gecommitteerd dat ze de vervelende reactie die ze bij zichzelf ervaren ontkennen. Leren dat je eigenlijk iets anders wil kan pijnlijk zijn en vaak willen mensen dat niet. In de psychopathologie zie je dan ook dat therapeuten getraind worden om daar op subtiele manier tegenin te gaan of juist mee te bewegen. 

 

GO Heb je daarmee een lakmoesproef voor geestesziekte gemaakt?

SV Als het een lakmoesproef is dan niet voor alle geestesziekten. Voor mij is het interessant dat het een opvatting over ziekte is, die een aantal situaties goed verklaart, waar bestaande theorieën moeite mee hebben. Bestaande theorieën gaan vaak over klachten, maar een ‘ontkenner’ heeft geen klachten. Andere theorieën werken vanuit hersenproblemen en proberen stoornissen in biologische termen te duiden. Maar veel psychologische problemen hebben vooral te maken met alledaagse situaties waar iemand zelf niet meer uitkomt, zonder dat je die kunt herleiden tot een defect in de hersenen. Sommige filosofen zeggen dan dat we blijkbaar als maatschappij bepaalde waarden veronderstellen over wat ziek is en wat gezond. Maar dat is ook wel een zwaktebod. Je zegt eigenlijk ‘waarom is het ziek? Omdat wij het ziek vinden’.

De consequentie daarvan zou zijn dat wat ziek is of niet verandert met de tijdsgeest. Homoseksualiteit heeft ook in de DSM gestaan, maar het is raar om te beweren dat homoseksualiteit destijds ook echt een ziekte was en nu niet meer. Homoseksualiteit werd weliswaar als ziekte gezien omdat onze maatschappij het afwijkend vond, maar we begrijpen nu dat dat nog niet betekent dat je iemand daarom ziek moet noemen. Er is dus sprake van voortschrijdend inzicht. 

Dat mensen vast lopen in hun poging om hun eigen begrip van wat ze willen te verbeteren, legt de oorzaak binnen de persoon zelf.  Echter niet op hersenniveau, maar op persoonlijk-actie niveau. Een paar jaar geleden dacht ik: misschien is dát wel het onderscheid tussen somatische stoornissen en psychische stoornissen. Inmiddels geloof ik daar al niet meer in. Dat hele onderscheid psychisch tegenover somatisch werkt eigenlijk niet zo goed. Je hebt veel stoornissen die we somatisch noemen maar waarbij de fysiotherapeut met je gaat praten over je actie niveau, ‘hoe richt je je week in’ en dat soort zaken. De fysiotherapeut zit half op de stoel van de psychotherapeut.

 Andersom heb je psychische problemen die redelijk ‘eenvoudig’ zijn. Een fobie of een paniekaanval lijkt heel heftig, maar in veel gevallen kan iemand die hier last van heeft prima voor zichzelf beslissen dat er hulp nodig is, naar een behandelaar stappen om die hulp te vragen, en er met een min of meer standaard behandeltraject weer vanaf komen. Filosofisch gezien is de behoefte van de patiënt in zo’n geval niet heel anders dan in het geval van een gekneusde rib of een keelontsteking: de patiënt heeft klachten en de dokter weet hoe je die klachten kunt verhelpen.

Als filosoof zeg ik dan niet: dat moet anders want mijn theorie zegt dit en dat. Ik wil appreciërend zijn ten aanzien van wat er al ligt en tegelijkertijd iets proberen toe te voegen aan die gebieden waar onduidelijkheid is.

 

GO ‘Eigen wil’, als je dat voor het eerst hoort in de GGZ context dan denk je aan de patiënt die verregaand geautoriseerd wordt te beslissen over zijn behandeling. Maar jij zegt eerder: de patiënt weet niet wat hij wil, laat hem zien wat hij zou moeten willen en zorg ervoor dat hij achteraf zegt, dat dat precies is wat hij al die tijd gewild heeft… 

SV Je ziet in de geschiedenis van de GGZ een slingerbeweging met aan de ene kant de patiënt die alles zelf mag bepalen en aan de andere kant meer bemoeienis tot en met gedwongen opnamen en de dokter die alles het beste weet. Als mensen daarop reflecteren komen ze vaak tot de conclusie dat de waarheid dan waarschijnlijk wel in het midden zal liggen; dat er een goede balans moet zijn tussen een empathische en de autoritaire opstelling.

Als filosoof interesseert het me of ik dat onderscheid niet kan openbreken: Meer bemoeienis betekent niet altijd minder autonomie van de patiënt. Soms kunnen zorgverleners best goed inschatten dat iemand vastzit in een situatie waarin hij eigenlijk niet vast zou willen zitten, ook al neemt hij geen initatief, of niet het juiste initiatief, om eruit te komen. Als de zorgverlener een goed verhaal heeft waarom zo iemand waarschijnlijk niet echt op deze manier wil leven, dan is het aan de zorgverlener om initiatief te nemen en zo iemand weer in beweging te krijgen.

 

GO Is het nu toevallig het slingermoment om te tornen aan het onderscheid of zijn er ook andere ontwikkelingen die de agenda bepalen?

SV De urgentie wordt ook veroorzaakt door ICT ontwikkelingen die zorg algoritmisch benaderen. Denk aan producten die geacht worden mensen  te motiveren.  Bijvoorbeeld om af te vallen. Daar zit de assumptie in dat mensen dat niet zelf kunnen. Ze willen het wel,  maar zijn niet sterk genoeg. Met deze producten word je meer jezelf. Aan de ene kant wordt je er meer door gestuurd, aan de andere kant word je daardoor ook vrijer. Dat is de claim. Lijkt ideaal. Maar een app die je zelf je gewichtsdoelstelling laat bepalen, dringt je ondertussen wel een kader op waarin je doel blijkbaar een bepaald gewicht moet zijn. En de spelelementen of subtiele cues die door de één “motiverend” genoemd worden zijn voor iemand anders misschien juist stigmatiserend. In plaats van mensen te helpen hun eigen doelen te stellen, worden maatschappelijke normen op het gebied van uiterlijk, gezondheid, en eigenwaarde door veel applicaties juist extra hardnekkig gereproduceerd.

 

GO In hoeverre is de stand van de techniek in de ICT ver genoeg gevorderd?

SV Niet ver genoeg. We hadden het zojuist over motiverende gespreksvoering. Er zijn coaching applicaties die pretenderen zulke technieken te automatiseren. Maar de bestaande behandelprotocollen zijn helemaal niet algoritmisch. Veel protocollen werken met reflecties: de therapeut geeft een samenvatting van wat de cliënt zojuist heeft verteld. Een voorbeeld hiervan is de zogeheten amplified reflection: de therapeut geeft met een stalen gezicht een samenvatting die veel verder gaat dan wat de cliënt eigenlijk beweerde. Dat roept dan een reactie op. De werking daarvan is heel subtiel, als je het te sterk doet, dan werkt het niet. Je moet er creativiteit bij gebruiken en aanvoelen welk moment in het gesprek zich ervoor leent. Er is fingerspitzen gevoel voor nodig. En dat staat niet in het protocol. Je kunt wel een ICT applicatie maken die amplified reflection met een patient toepast, maar als dat niet heel sophisticated geprogrammeerd is, dan valt dat door de mand. Dat zou alleen met zeer geavanceerde AI kunnen waar we nog lang niet over beschikken.

 

GO Hebben alle behandelaars dat fingerspizten gevoel dan wel? 

SV Dat is natuurlijk niet echt transparant. Daarom ben ik ook zo enthousiast over onze  nieuwe aanvraag waarin we ICT gaan inzetten niet alleen om therapeuten te vervangen maar vooral om meer inzicht te krijgen in wat er nou precies werkt aan wat therapeuten doen.

Ik vind ICT die mensen vervangt niet zo interessant. Er is geen tekort aan mensen. Maak ICT die kan wat mensen niet goed kunnen. Het belang van zorgprofessionals met intuïtie en expertise zal alleen maar groter worden. ICT gaat helpen om de relatie tussen behandelaar en patiënt te veranderen en te verbeteren. Nieuwe informatie zal ontsloten worden, behandeling op afstand worden effectiever. Voor dat soort ICT zie ik een toekomst.

 

GO Dus nu is er een GGZ die op een crisis afstevent. Een systeem dat verregaand geprotocolleerd is en in kokers denkt. Beperkte ruimte voor eigen inbreng in de behandeling accepteert.. en tegelijk is er sprake van omarming van ICT waarvan ook nog maar verwacht moet worden of deze beter gaat  scoren.

SV Je hebt behandelingen die werken en waarvan we het werkzame mechanisme begrijpen. Je hebt ook behandelingen die werken, terwijl niemand begrijpt waarom. Beide behandelingen worden toegepast. Daarnaast zijn er behandelingen die een belofte vormen: E-health hoort daarbij. Het begin is er en het moet nog beter worden maar dat wordt het nooit als we het niet proberen. Dus het lijkt terecht dat daar ruimte voor komt en dat daar in een onderzoeks setting mee geëxperimenteerd wordt. Een veel groter aantal behandelingen werkt niet. Tenslotte zijn er ook behandelingen waarvan je zeker weet dat ze niet  kunnen werken omdat er kennis is over hoe lichamelijke mechanismen werken. Dat geldt bijvoorbeeld voor homeopathie. 

 

GO Maar ‘effectiviteit’ en ‘werkzaam’ zijn ook constructen. Het ‘Evidence Based’ criterium is bijvoorbeeld gebaseerd op metingen over de gehele populatie maar zegt niets over hoe effectief het voor mij uitpakt.

SV Het oorspronkelijke idee van evidence-based medicine, en later evidence-based practice, was dat je bij het maken van je plannen met een individuele patiënt zoveel mogelijk gebruik maakt van informatie over wat bewezen effectief is. En daar ben ik helemaal voor: we weten hoe moeilijk het is om in het wild causale verbanden in kaart te brengen en daarom is het goed dat onze zorgpraktijk zich beroept op effectstudies. Maar het toepassen op een individueel geval is altijd een extra stap, en de beleidsmakers de het huidige systeem hebben ontworpen lijken daar moeite mee te hebben gehad.

 

GO Stel nu komt er iemand binnen met een sterke wil om in een non-evidence based richting zijn heil te zoeken. Ondanks het feit dat het een voor de hele populatie afgeketste behandeling is, zou het kunnen zijn, dat het juist wel heilzaam werkt voor dit speciale individu. Moeten we niet meer onderzoek doen naar het resultaat van behandelingen met kleinere kansen op succes?

SV Op het niveau van zorg zie ik dat niet zo voor me, wel voor welzijn. Er zijn apps die financiën bijhouden…een killer app op dat gebied is er nog niet, maar als je die maakt … dan denk ik dat je ook minder Ritalin nodig hebt.

 

GO Dus dat zal het NIBUD interesseren maar ook de GGZ zou daar warm voor moeten lopen.

SV Als je iets kan maken dat gegevens oplevert waar verzekeraars mee kunnen werken, dan heb je iets nuttigs. Die willen bewijs van effectiviteit zien…

 

GO Dan betekent dat de grenzen tussen effectieve en niet-effectieve behandelingen vervagen. 

SV  Op het moment dat je zoiets onder de vlag van “GGZ” introduceert,  dan gaan bij de zorgverzekeraars de hakken in het zand. Aan de andere kant als je zegt dat het om ‘Diëten’ gaat, als je iets ontwikkelt dat vet inname en suiker inname bijhoudt, de hoeveelheid beweging en je data ook nog  geanalyseerd mag worden, dan zijn zorgverzekeraars niet alleen bereid om te investeren, maar bijvoorbeeld ook om gebruikers korting te geven op hun premie. Dat is een overgangsgebied van preventie en eigen verantwoordelijkheid.

 

GO In hoeverre speelt kleurenblindheid de GGZ parten? Neem een behandeling gebaseerd op een serie gesprekken met een therapeut. Deze is onderzocht en blijkt heilzaam te werken. Althans beter dan placebo. Een cultureel antropoloog kan mij vast een cultuur aandragen waarin een gesprek met een vreemde professional anders uitpakt.  Wat voor mij, blanke westerling, een fijn gesprek is, is een consult bij een waarzegger voor die door de antroploog opgespoorde man die hier een minderheid vormt. 

SV De GGZ wordt gerund door witte mensen. Qua diversiteit zijn onze zorgprofessionals weinig representatief voor het patiëntenbestand. Ik denk dat daar problemen aan zitten. Daarnaast is ons zorgsysteem sterk geënt op Engels-Amerikaanse cultuur en wetenschap. Als je echt goed bent in de wetenschap vertrek je naar Harvard of Princeton. Gaat dat veranderen wanneer landen als China en India straks invloedrijker worden ten koste van de Verenigde Staten? 

 

GO In hoeverre wordt de psychiatrie gedreven door technische ontwikkelingen?

SV Ik vind dat wel meevallen. Dat geldt wel voor de geneeskunde in het algemeen maar de psychiatrie toch niet echt. Hersenscans zijn belangrijk voor neurologen, maar het idee dat psychiaters er veel aan hebben voor diagnose of behandeling is vooralsnog vooral een toekomstverhaaltje.

 

GO Toch zijn er in de loop van de geschiedenis hersenhelften losgesneden, electroshocks toegediend en heel veel medicijnen toegepast waarvoor een wetenschappelijke basis ontbrak...

SV Je bent bezig met instrumenten mensen te behandelen, met het idee dat je met behulp van die instrumenten mensen beter maakt, of in elk geval minder onwenselijk dan daarvoor. Ik daar niet zo’n moeite mee, de menselijke soort gebruikt technologie en ontwikkelt die sinds de vuistbijl…

 

GO Maar aan de ontwikkeling van de vuistbijl heeft de filosoof geen bijdrage geleverd…die zijn ontwikkeld door zeer vasthoudende, overtuigde personen die zich door niemand laten afremmen…daar zijn fantastische missers uit ontstaan. Had daar niet juist een filosoof bij moeten zijn?

SV Er is vaak sprake van een maatschappelijk trial and error proces, maar ik ben er niet voor filosofen in dat spel de rol te geven van de vervelende zeurpiet die alleen maar beren ziet, de remmende factor dus.

 

GO Is 'de remmende factor' een nuttige functie? 

SV Het is niet vruchtbaar om ethiek als een rem te zien. Ethiek kan ook aangeven dat je in een situatie juist wel moet handelen. Maar als je kijkt naar grote veranderingen in de medische wetenschap, bijvoorbeeld hoe we mogen experimenteren met mensen, daar zijn systemen van regelgeving ontstaan voor medisch ethische toetsing: wat zijn de criteria waar je aan moet voldoen opdat je proefpersonen als mens respecteert. Dat is ontstaan als gevolg van experimenten waarvan we blij zijn dat het nu niet meer mag. De mensen die daarvoor hebben gezorgd hebben filosofie bedreven. Dat is een grote beweging en filosofie maakt daar en belangrijk deel van uit.

 

GO in de techniek is trial and error een respectabele methode. En er is meer error dan succes. verhoudt ethiek zich wel met  technische vooruitgang?

SV Het grootste probleem is niet zozeer de development fase, dat je iets probeert dat helemaal mis kan gaan, maar veeleer de fase waarin een techniek wijdverbreid raakt. Toen iedereen op grote schaal DDT ging gebruiken werd die technologie gevaarlijk. Maar daarop inspelen, dat vergt een collectieve discipline waar ik sceptisch over ben.

 

GO Maar de samenleving hunkert naar succes, elk succes is op den duur een probleem als het wijdverbreid wordt...als iedereen biologisch gaat eten  kunnen we niet aan de vraag voldoen...

SV Dat zijn processen waarbij het maar de vraag is of je dat kan organiseren. Als dat niet zo is,  leven we dus in een wereld waar we daarover geen controle hebben. De filosofische vraag is: hoe gaan we daarmee om, wat moeten we daarvan vinden? 

 

GO Is E-health een voorbeeld van een technische ontwikkeling die voor de troepen uitloopt?

SV In de GGZ willen bestuurders graag een extra laag aanbrengen, een tussenlaag tussen patient en behandelaar. De laatste is minder beschikbaar en duurder. Als de tussen laag E health is, is dat goedkoop en 24/7 beschikbaar.

Bestuurders verwachten daar veel van. maar een behandelaar is niet iemand die alleen geschoold is om een bepaalde interventie bij jou toe te passen, wat een mechanistische kijk op de psychiatrie is, maar ook iemand met wie je keuzes maakt over je leven met wie je een vertrouwensrelatie aangaat en samen  met jou onderzoekt wat er met je aan de hand is. E-health kan daarbij ondersteunen maar een vervanging van behandelaars is momenteel niet realistisch.

 

GO Realistisch of niet: als bestuurders er iets in zien en ontwikkelaars beiden het aan lijkt het me dat het er gewoon komt. En dan zou je ook kunnen zeggen 'goed dat iemand de ethische kant beschouwd’: we komen onherroepelijk op een punt dat E-health een morele beslissing moet nemen in een dilemma, een beetje zoals de Google car die moet kiezen tussen het beschermen van de bestuurder of de 10 kinderen die voor de auto opdoemen...

SV Dat is een interessant voorbeeld want hier hebben we weliswaar technologie, maar het grootste obstakel is hier niet de filosofie, maar de wetgeving. Technici hebben iets gemaakt, maar we kunnen er niets mee. Want we hebben geen categorieën om de zelfrijdende auto verantwoordelijkheid te geven. Zolang we die niet hebben kan het niet verder. De EU geeft veel geld aan filosofisch onderzoek om tot een ethiek te komen waarmee we wetgeving kunnen maken als het gaat om aansprakelijkheid voor zelfrijdende autos.

 

GO Is dat zo? techniek heeft niet de neiging zich aan de wet te houden,

SV In het geval van de auto wel, ze mogen niet de weg op..

 

GO Maar in de huidige nieuwe werkelijkheid zie je overal dat de technische voorhoede doordrukt, de status quo uitdaagt, gebruik maakt van lacunes in wetgeving en kennis van overheden.  En voortdurend voor voldongen feiten plaatsten: je verkoopt eerst een paar duizend E-autos en biedt dan via een update de mogelijkheid van een upgrade naar een zelfrijzende auto …

SV De technologische aardverschuivingen die we zien, zijn die ontwikkelingen die er gekomen zijn. Maar er zijn ook technische ontwikkelingen die vertraagd worden. Energietechnologie…we hadden 30 jaar verder kunnen zijn.. Gevestigde partijen met belangen houden dat tegen. Het ethische is niet per se óf de weg vooruit óf de rem...de vraag is hoe kun je nou zorgen dat een technologie een kans krijgt…In het geval van de zelfrijzende auto: Er zijn beperkende regels hoe je een auto moet maken Daar ligt de wetgever dwars. Een nieuw filosofisch model van verantwoordelijkheid zou hierin kunnen helpen. Een ander voorbeeld zijn artificial agents, deze handelen in aandelen, die verkopen ze aan andere artificial agents...die praktijk is er inderdaad al maar leidt tot ingewikkelde zaken…je moet zo’n agent als zo en zo’n partij gaan zien….en juist meer verantwoordelijkheid geven.

Ik vind Reframing daaraan verwant: je kunt technologie maken vanuit de huidige context, waarmee je het sneller kan, of goedkoper maar het interessanter om eens na te denken hoe een andere context eruit zou kunnen zien waar die technologie iets nieuws oplevert. 

 

GO De filosoof is niet de rem, maar de enabler?

SV  Ik zit hier als medisch ethicus en als filosoof van ziekte en ziektebegrippen: wat bedoelen we met “psychische stoornis”, wat voor problemen hebben mensen met psychische problemen, hoe weet je wat “psychisch gezond” gedrag is, en zijn “stoornis” of “psychische ziekte” uberhaupt de juiste categorieën? Zulke vragen kun je niet beantwoorden door alleen maar  te onderzoeken hoe iemand in elkaar zit of wat voor gedrag hij vertoont. Elk ziektebegrip veronderstelt uiteindelijk het normatieve oordeel dat de manier waarop iemand in elkaar zit of het gedrag dat iemand vertoont op de één of andere manier iets te wensen overlaat. En dat het de taak van de GGZ is om daar iets aan te veranderen. In de klinische psychologie heb je een aantal scholen die nog steeds veel invloed hebben op de huidige lappendeken: de psycho analytici, de cognitieve gedragstherapeuten, de persoonsgerichte humanistische  psychologen, de biologische georiënteerde  psychiaters, allemaal gaan ze uit van andere filosofische ideeën. Ze voeren niet de filosofische discussie, de CGT’ers zeggen tegen de psycho analytici 'wat jullie doen is niet effectief', volgens hun eigen model van effectiviteit. Al die heisa rond om de DSM 5 gaat daar ook over. Dus ik vind het leuk om er over na te denken wat het betekent om te roepen: we gaan het herontwerpen, of anders ontwerpen. Ik vind het leuk om dat in hands on verband te kunnen doen.

 

 GO ... Goed, genoeg gepraat! Handen uit de mouwen!

 

 

 

 

 

 

 

news

© Reframing Studio